Wat is een productnorm?

Producten met biocidale eigenschappen kunnen, afhankelijk van de beoogde toepassing en claim, onder verschillende wettelijke kaders vallen. Regelmatig wordt de vraag gesteld, zowel vanuit de publieke opinie als vanuit de industrie welk wettelijk kader nu van toepassing is. In het bijzonder wanneer een fabrikant een product met meerdere claims op de markt wenst te brengen kan er een complexe situatie ontstaan. Deze pagina wil hierin verduidelijking brengen.

Om te weten welke product-norm van toepassing is, werd er op Europees niveau een zeer belangrijk document opgesteld, de “Manual of decisions for implementation of Directive 98/8/EC concerning the placing on the market of biocidal products” (insert link). Hoewel dit document is opgemaakt ten tijde van de voorloper van de huidige Biociden-Verordening 528/2012, is het nog steeds geldig en belangrijk. Het behandelt immers de grenzen die lopen tussen de de biocidewetgeving, de gewasbeschermingswetgeving, de geneesmiddelenwetgeving, de wetgeving ten aanzien van medische hulpmiddelen en de cosmeticawetgeving (en daarnaast ook nog andere hier niet genoemde overige wetgeving).

Ook op Belgisch niveau bestaan er zogenoemde grensgevallen (of borderline cases). De Gemengde Commissie, opgericht bij het Koninklijk Besluit van 28 oktober 2008, maakt het mogelijk om duidelijkheid te verkrijgen over het statuut van producten (Klik hier voor meer info).

Bij wijze van voorbeeld maken we hier een onderscheid tussen biociden en gewasbeschermingsmiddelen. (Klik hier voor meer details)

Een gewasbeschermingsmiddel wordt aangewend om:

  1. Planten of plantaardige producten te beschermen tegen alle schadelijke organismen of de werking daarvan te voorkomen;
  2. Levensprocessen van planten te beïnvloeden, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen;
  3. Plantaardige producten te bewaren;
  4. Ongewenste planten te doden; of
  5. Delen van planten te vernietigen of een ongewenste groei van planten af te remmen of te voorkomen.

Deze producten bestaan uit ofwel een werkzame stof ofwel een preparaat dat één of meer werkzame stoffen bevat.

Voorbeelden:

  1. Desinfectantia in serres (bijvoorbeeld om micro-organismen te bestrijden die planten zouden kunnen besmetten die daar geteeld worden) –> Gewasbeschermingsmiddel
  2. Producten die toegevoegd worden aan het water om fruit te wassen (vb. chloorwas) voor hygiëne-doeleinden, niet om de vruchten te beschermen tegen pathogenen -> Biocide (PT1)
  3. Producten tegen slakken in de moestuin -> Gewasbeschermingsmiddel
  4. Producten tegen slakken die waterleidingen blokkeren/doen dichtslibben -> Biocide

Bij verwarring kan je altijd inspiratie opdoen op de website van Phytofar, de website van de federale overheid of de databank van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen op Fytoweb raadplegen.

Noteer: In de Belgische wetgeving wordt de groep van biociden en gewasbeschermingsmiddelen samen “pesticiden” genoemd!